Logopedie

Logopedie is niet alleen spraakles.
De logopedist houdt zich bezig met alle aspecten van communicatie en behandelt stoornissen op het gebied van: Adem & Stem, Spraak, Afwijkende Mondgewoonten, Taal en Gehoor.

Behandeling van onderstaande problematiek met logopedie


Adem & Stem

- Bij hyperventilatie
Wanneer de ademhaling te snel en/of te diep is waardoor er met de adem meer koolzuur aan de uitademingslucht wordt afgegeven dan nodig is.

- Bij longprobemen
Wanneer de luchtwegen sterk reageren op prikkels zoals huisstof, tabaksrook en temperatuursveranderingen.

- Bij keelklachten
ten gevolge van intensief of verkeerd stemgebruik. Wanneer de keel door intensief stemgebruik geïrriteerd is, pijnlijk, branderig of dichtgeknepen aanvoelt en het lijkt of er iets niet kan worden weggeslikt. Als de klachten veelvuldig optreden kan dit stemklachten veroorzaken.

- Bij heesheid
Wanneer de stem schor, krakerig, met een ruis of hees klinkt.

- Bij een te hoge of te lage spreekstem
Wanneer de spreekstem wordt ervaren als te hoog of te laag.

- Bij stembandknobbeltjes
Wanneer de stembanden als gevolg van verdikkingen niet goed kunnen sluiten.

- Bij stembandpoliepen
Wanneer de stembanden als gevolg van een verdikking niet goed kunnen sluiten.

- Bij stemband-oedeem
Wanneer onder het slijmvlies van de stembanden een vochtophoping is ontstaan waardoor de stembanden niet goed kunnen sluiten.

- Bij stembandverlamming
Wanneer een of beide stembanden tijdens het spreken geheel of gedeeltelijk bewegingloos is waardoor de stem hees klinkt.

- Bij strottenhoofdkanker
Wanneer na een operatie of bestraling van een tumor in het strottenhoofd de stemgevinq verminderd is of, omdat het strottenhoofd is weggenomen, ontbreekt.


Spraak

- Bij onduidelijk spreken Wanneer anderen regelmatig moeten vragen: "Wat zeg je?"

- Bij een vertraagde spraak-taalontwikkeling
Wanneer een kind in taalgebruik en uitspraak achterblijft, niet of weinig spreekt en/of niet begrijpt wat er wordt gezegd.

- Bij een verbale ontwikkelingsdyspraxie
Wanneer de spraak bij kinderen niet of moeilijk op gang komt en het kind zichtbaar moeite heeft de klanken juist te vormen.

- Bij nasaliteit
Wanneer de spraak afwijkt omdat ze te veel of juist te weinig door de neus klinkt.

- Bij een gehemeltespleet/schisis
Wanneer een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet problemen geeft met het voeden en/of spreken.

- Bij broddelen
Wanneer iemand onduidelijk, 'rommelig' spreekt, uit de reacties van de omgeving dat ook op kan maken (praat eens rustig'), maar dit moeilijk bewust kan veranderen en toepassen in de dagelijkse spraak en situatie.

- Bij stotteren
Wanneer de spraak niet vloeiend is.

- Afwijkende mondgewoonten
Wanneer er sprake is van duim- of vingerzuigen, voortdurend de mond open staat en/of er sprake is van afwijkend slikken met het persen van de tong tegen of tussen de tanden. Vaak ligt de tong ook tijdens rust en spreken zichtbaar tussen de tanden.

- Bij slikstoornissen (volwassenen)
Wanneer er in het slikproces problemen optreden.

- Bij sondevoeding (kinderen)
Wanneer de voeding door middel van een slangetje, meestal via de neus, wordt ingebracht.

- Bij eet- en drinkstoornissen bij kinderen met een hersenletsel
Wanneer door de afwijkende werking van de hersenfuncties, er niet alleen problemen met de algemene bewegingen (het spiergevoel en de motoriek) zijn, maar ook problemen met de mondfuncties, vooral met slikken.


Taal en gehoor

- Bij autisme Wanneer een kind niet of nauwelijks in staat is een normale relatie met zijn omgeving te ontwikkelen.

- Bij kinderen met een hersenbeschadiging
Wanneer door de afwijkende werking van de hersenfuncties problemen ontstaan met betrekking tot de spraak-taalontwikkeling, eten en drinken en/of speekselverlies.

- Bij verstandelijk gehandicapten
Wanneer de gehele ontwikkeling traag verloopt en eerder dan normaal het plafond van ontwikkelingsmogelijkheden bereikt is.

- Bij afasie
Wanneer er problemen zijn met het begrijpen van gesproken taal, het spreken, het lezen en/of het schrijven.

- Bij dysartrie
Wanneer het spreken onduidelijk, monotoon of nasaal en de stemgeving zwak of hees is. Ook kan het spreken te snel gaan, met onregelmatige pauzes: Er is dan weinig controle op het spreken.

- Bij dyslexie
Wanneer iemand moeite heeft met lezen en/of spellen.

- Bij problemen in de meertalige ontwikkeling
In de regel kan men tot de leeftijd van twaalf jaar meerdere talen probleemloos leren spreken. Maar bij sommige kinderen verloopt dit proces moeizaam.

- Bij meertaligheid van volwassenen
Sommige anderstalige volwassenen hebben moeite met de klankvorming en de juiste toepassing van intonatie, ritme en snelheid in de Nederlandse taal.


Gehoor

- Bij een zwakke luistervaardigheid  Wanneer het gehoor in orde is, maar het gehoorde niet goed wordt verwerkt.

- Bij slechthorendheid
Wanneer een middenoorontsteking slechthorendheid veroorzaakt.

- Bij perceptieve slechthorendheid
  Slechthorendheid is aangeboren of niet-aangeboren.

- Bij doofheid
Doofheid is aangeboren of niet-aangeboren.


design.png